![]() |
--- Bobby Haarms-week --- Dinsdag 9 juni 2009 Bobby Haarms als speler van Ajax
|
![]() |
|
Zondag 23 maart 1952 gebeurde er niets bijzonders, Ajax was een week eerder na 3-1 winst op middenmoter Be Quick kampioen van de afdeling geworden. Dat was op zich nog wel een enigszins bijzondere gebeurtenis geweest. Niet vanwege die titel zelf, want die had de club in de tweeënvijftig jaar van haar bestaan nu voor de zeventiende maal veroverd. Dus gemiddeld eens in de drie jaar. In de voorafgaande periode van zes seizoenen sinds het voetballoze laatste oorlogsjaar was de frequentie zelfs één op twee geweest. Niemand keek echt op van de vierde naoorlogse afdelingstitel. En bovendien: een afdelingskampioenschap was nog geen landskampioenschap. De herinnering aan het in seizoen 1946/1947 behaalde achtste landskampioenschap in Ajax’ geschiedenis, was weliswaar nog niet helemaal verflauwd, maar na vijf jaar vond toch menigeen in Amsterdam Oost dat zo zoetjes aan de tijd rijp werd voor het negende. Er vielen een paar rotte plekjes weg te werken. In 1950 was het vijftig jarig bestaan van de club uitbundig gevierd – met een film, een tentoonstelling, een revue en het zestiende afdelingskampioenschap. Meer vrolijks zat er in dat jubileumjaar niet in. In de kampioenscompetitie kreeg Ajax zowel uit als thuis klop van Blauw Wit. Tussen de bedrijven door voltrok zich het nog steeds niet opgehelderde Heerenveense mysterie van de binnen een half uur door Abe Lenstra en de zijnen weggehoonde 5-1 voorsprong. En ten slotte mochten de arme Ajacieden, uitgefeest en moegestreden, op de laatste speeldag in eigen huis figureren in een door Limburgia opgevoerd spektakelstuk waarin laatstgenoemde zich met een klinkende 6-0 overwinning landskampioen kroonde. Op een slof en een oude voetbalschoen, de gevederde helm schreef op het hoofd en met gebutst blazoen ging Ajax af. Dat was nog niets vergeleken met het daaropvolgende seizoen. Dat was pas echt een tragedie. In het seizoen 1950/1951 werden meer wedstrijden verloren dan gewonnen, meer doelpunten geïncasseerd dan gescoord. Al met al kwam Ajax nog niet tot halverwege de ranglijst, terwijl de andere Amsterdamse club in de afdeling, DWS, na een beslissingswedstrijd tegen Wageningen de titel greep. Tegen die achtergrond was het bepaald een bijzondere prestatie dat Ajax in het seizoen 1951/1952 met nog vier wedstrijden te gaan het afdelingskampioenschap kon vieren. Een week later speelde Ajax uit tegen RCH. Een wedstrijd om de eer, die eindigde in een 1-1 gelijkspel waarmee iedereen tevreden was. Bobby Haarms zou het zich zijn leven lang herinneren: er gebeurde die bewuste 23e maart van hete jaar 1952 niets bijzonders. Ajax speelde in Heemstede tegen Racing Club Haarlem en hij zat op de reservebank. Eerder die maand was hij achttien geworden. Het werd 1-1, iedereen was tevreden. Bobby Haarms was apetrots, hoewel hij niet eens was ingevallen. Voor hem was het een heel bijzondere dag, slechts vergelijkbaar met de dag toen hij werd aangenomen als lid van zijn club. De volgende ochtend stond hij om half zes op, nam om vijf over zes de trein naar het Centraal Station en daar vandaan de trein naar Zaandam. Om dertien over zeven ging bij Bruynzeel de fluit van de fabriek. Bobby Haarms zat er op de bedrijfsschool: één dag les, vier dagen in de fabriek. Iedere drie maanden op een andere afdeling, van de keukens via de deuren naar de potloden. De trots van de dag ervoor gloeide nog na, maar hij hield zijn mond erover. Dat deed hij ook toen hij het seizoen erop zijn eerste wedstrijden in het eerste speelde. “Je wordt anders maar als kapsoneslijer gezien. Ik zat wel in het eerste van Ajax, maar daar was ik maar een kleine jongen.” Toen hij echter op de afdeling kwam waar Bram Wiertz, de rechtshalf van DWS, chef was, lekte het snel uit: ”We stonden natuurlijk voortdurend over voetbal te praten.” Het was niets voor Bobby Haarms, die fabriek. Via jeugdsecretaris Arie de Wit van Ajax kwam hij op kantoor bij het expeditiebedrijf Reimann-Stok & Kersken op de Oudezijds Voorburgwal. Ook daar kon hij niet echt aarden. Hij was te druistig voor een kantoorbaan. Arie de Wit bezorgde hem vervolgens een betrekking bij de in de Nes gevestigde makelaar in tabak G. Harkema. In de tabakshoek zou Bobby Haarms, die nog nooit een sigaret of sigaar had opgestoken, het tot 1967 uithouden. ”Ik werd wel eens bij de directeur, mijnheer Bred, geroepen. Die vroeg dan: ‘Is dit nou niet gevaarlijk, Bob, dat voetballen?’ Hij vond het geloof ik maar een vreemde liefhebberij.” Voor de jonge werknemer was het veel meer dan dat. De fabriek en kantoor, dat was omdat je nu eenmaal moest verdienen. Het echte leven speelde zich af op het voetbalveld. Bobby Haarms speelde in het tweede van Ajax en dat was een elftal zoals een elftal behoort te zijn. ”We waren ouderwetse kameraden en er werd leuk gevoetbald. Loekie den Edel, die later nog topscorer geweest is, is ook uit dat elftal voortgekomen. Het waren mooie zondagen. We speelden zelf om tien of twaalf uur, zodat we na afloop naar het eerste konden kijken. Je doel was het eerste, waar we samen mee trainden, maar ik had het niet erg gevonden als ik nog wat langer in dat tweede elftal had gespeeld.” Nadat Ajax in het seizoen 1951/1952 de afdelingstitel gewonnen had, waren de verwachtingen hooggespannen geweest, maar in de kampioenscompetitie van dat seizoen was Ajax verschrikkelijk door de mand gevallen. Alleen de laatste van de zes wedstrijden had een puntje opgeleverd. Het nieuwe seizoen was Ajax begonnen met twee uitwedstrijden. De eerste was met 3-2 van VSV verloren, de tweede, tegen Zwolsche Boys, met dezelfde cijfers gewonnen. Toen kwam voor Bobby Haarms de dag van zijn leven. Het was een grote dag geweest toen hij als lid was aangenomen; het was een grote dag geweest toen hij voor het eerst op de reservebank had mogen zitten. Nu had hij het gevoel dat het de dag van zijn leven was. 28 september 1952 was de dag van zijn debuut. Toevallig viel die samen met het afscheid van Jan Potharst, waarvoor de thuiswedstrijd tegen Heracles gereserveerd was. Potharst was een speler voor wie de net senior geworden Bobby Haarms zoveel ontzag had, dat hij hem met ‘mijnheer’ aansprak. Dat was normaal, en het lag ook in zijn karakter om respect te tonen, maar lastig moet het geweest zijn, op het trainingsveld of in de wedstrijd. Potharst werd die middag gehuldigd vanwege zijn niet geringe verdiensten voor de club gedurende dertien seizoenen, Ajax won met 1-0 en na de wedstrijd werd Bobby Haarms gecomplimenteerd met zijn optreden door diezelfde Potharst, door diens opvolger Ger van Mourik en door Rinus Michels. ”Ik had me de pestpleuris gewerkt. Een half uur na de wedstrijd was ik nog buiten adem. Ik haastte me naar de overkant om te horen wat mijn vader ervan had gevonden. ‘Waardeloos; , zei hij. Hij was niet bijzonder scheutig met complimentjes. Je moest niet te snel tevreden over jezelf zijn, vond hij. Uiteindelijk ben ik hem dankbaar voor die houding, maar op dat moment kwam hete hard aan. Ik ben meteen het huis weer uit gevlucht.” De zondag erop stond hij weer opgesteld. Ajax verloor in Wageningen met 4-1. Bobby Haarms had gemengde gevoelens over zijn tweede wedstrijd in het eerste. Een week later zat hij net als die gedenkwaardige 23e maart van het seizoen ervoor op de bank bij een wedstrijd van Ajax tegen RCH. Een thuiswedstrijd, en dit keer viel hij wel in. ”Hans Boskamp was ook toen al een artiest. Hij was geblesseerd geraakt, speelde nog even verder, merkte dat het niet ging en gaf aan dat hij eruit wilde. Hij zorgde er wel voor dat hij zich op dat moment aan de overkant van het veld bevond, bij de tegenwoordige Reynolds-tribune. Het applaus duurt langer als je daar vandaan het veld afgedragen wordt dan als je er bij de eretribune afgaat.” Ajax verloor met 2-1 van het dat seizoen oppermachtige RCH. Nog één wedstrijd deed Bobby Haarms mee, in november thuis tegen NEC (2-0). De rest van het seizoen speelde hij in het tweede of zat hij op de bank, of allebei. Ajax werd derde in de afdeling, achter RCH en VSV. Het seizoen 1952/1953 was voor Ajax niet bepaald bijzonder geweest. Wel voor Bobby Haarms, en dat gold ook voor zijn makker Eddy Pieters Graafland, die in het voorjaar zijn debuut gemaakt had in het doel van Ajax 1. Met ingang van het seizoen 1953/1954 werd Walter Crook, eerder assistent van Jack Reynolds, de nieuwe trainer. Het werd een topseizoen voor Bobby Haarms, die kennelijk goed gedijde in een omgeving waar inzet, discipline en respect in onverminderd aanzien stonden. In een oefenwedstrijd tegen 1. FC Saarbrücken waarmee het seizoen begon, kwam het publiek ruimschoots aan zijn trekken. Er vielen acht doelpunten, keurig verdeeld over beide partijen, waarvan er één voortkwam uit een tegen Bobby Haarms gegeven strafschop. Hij had nog niet naar adem kunnen happen om zijn protest tegen de beslissing te uiten, of scheidsrechter Leo Horn had de jonge speler al te verstaan gegeven dat hij zijn mond moest houden. ‘Jawel, mijnheer Horn,’ was de gezagstrouwe reactie. Bobby Haarms kende zijn plaats tegenover trainer en scheidsrechter. Hij kende ook zijn plaats als voetballer en wist waaraan hij het te danken had dat hij dit seizoen de vaste keus was voor de rechtshalfpositie. ‘Ik was helemaal zo’n grote niet. Het eerste van Ajax heb ik gehaald op karakter en inzet. Mijn techniek hield niet over, ik moest het hebben van mijn conditie. Mijn taak was eenvoudig. Bij iedere tegenstander liep wel een uitblinker rond, vaak de linksbinnen. Die moest ik uitschakelen, zodat zo’n heel elftal ontregeld was. Het was afpakken en inleveren, meer niet.’ Charley van der Weerd van Wageningen, Cor van der Gijp en Kees Rijvers van Feyenoord, Kick Smit van Haarlem, Abe Lenstra, toen hij al bij SC Enschede speelde, en diens ploeggenoot Arend van der Wel, die nog bij Ajax gespeeld had; zij allen hebben de verdedigende kwaliteiten van Bobby Haarms aan den lijve ondervonden. Vaak letterlijk. ‘De Spijker’ werd hij genoemd, een bijnaam die Eddy Pieters-Graafland hem gegeven had omdat hij zo lang en dun was. En zo hard, zal menig tegenstander gedacht hebben. Hij twijfelt er niet aan: ‘Ze haatten me om die puntige ellebogen van me.’ Bobby Haarms was geen uitzondering in de Ajax-defensie, die, zoals een krant het indertijd formuleerde, bekend stond ‘om haar fors, maar zeer correct spel’. In het stopperspilsysteem hadden de twee halfspelers een verdedigende taak. ‘Wij waren stofzuigers, we bevonden ons vaak in de buurt van de stopper. De bal was niet vaak op het middenveld, want daar stond niemand. Als wij in de aanval waren en er gebeurde iets, balverlies of de aanval werd afgeslagen, gingen wij middenvelders als een speer terug. Je moest het wel allemaal kunnen belopen, en dat was precies war ik het van moest hebben. Ik had een ijzeren conditie, lange benen en was bereid om me kapot te lopen over dat veld. De halfspelers waren de aan- en afvoertroepen, dienende spelers. Je moest natuurlijk wel een goede pass in de benen hebben. Waar je op trainde als rechtshalf waren je cross-pass en het naar binnen dribbelen om de bal vervolgens met links af te geven aan de rechtsbuiten. En op goed koppen, op mooi, fijn koppen. Om daarmee te compenseren dat je geen man kon passeren. Techniek en conditie, dat was de training. Over tactiek werd vroeger niet vaak gesproken, al legde Reynolds wel eens een partijtje stil om je de situatie te laten overzien. De trainer was letterlijk een oefenmeester, niet een technisch directeur. De wedstrijdbespreking bestond uit het geven van de opstelling. ‘Doe je best,’ zei de elftallencommissie dan nog en daar ging je.’ Niemand hoefde Bobby Haarms aan te sporen om zijn best te doen. Week in week uit liep hij te draven en te zwoegen om de volgende wedstrijd wéér opgesteld te worden. De bevrediging was groot. ‘Hoe smeriger je van het veld kwam, hoe lekkerder je gevoetbald had.’ De shirtjes werden op de hand gewassen door tante Stein Lens, de vrouw van de conciërge, Ze hing ze te drogen in vak A, omdat het daar altijd waaide, waarna ze ze op de bleek legde. Daartoe diende het grasveldje in het plantsoen voor het stadion. Op het shirt van Bobby Haarms, dat ze er zonder moeite uit kon pikken, moest ze extra haar best doen. Hij werd al snel een vaste kracht in een Ajax dat het seizoen 1953/1954 zeer wisselvallig begonnen was. Winst op Heracles, een gelijkspel tegen NEC, een ruime overwinning uit tegen Wageningen; dat was een heel behoorlijk begin. Toen verlies van Leeuwarden en Stormvogels, gevolgd door een overwinning op Enschedese Boys – er was nog geen peil op te trekken. Op 8 november kwam Oosterparkers op bezoek. Ajax nam al na zeven minuten de leiding doordat een voorzet van rechtsbuiten Rolf Leeser nogal fortuinlijk in het doel dwarrelde. Daarna kwam Ajax met de rug tegen de muur te staan in een vertoning die volgens het verslag in de krant meer met rugby dan met voetbal te maken had: ‘Vooral van de zijde van Oosterparkers zondigde men maar al te vaak tegen de regels van fair play en mede door de zwakke leiding werd deze wedstrijd een grof geheel met talloze incidenten.’ Nadat de onvermijdelijke gelijkmaker gevallen was, kon Bobby Haarms op slag van rust de vruchten van zijn trainingsarbeid plukken én zijn waarde voor het elftal bewijzen door op de doellijn koppend redding te brengen. Na de hervatting werd het spel steeds ruwer en moesten bij voortduring de verzorgers van beide partijen er met spons en koffertje aan te pas komen. Dat werd alleen maar erger nadat in de vijftiende minuut een schot van Van der Wel via de paal in een kluwen spelers terecht was gekomen om vervolgens tergend langzaam het Groningse doel binnen te rollen. ‘In het resterende half uur trachtte Oosterparkers tevergeefs ten koste van alles de gelijkmaker te forceren, hetgeen vele onverkwikkelijkheden tot gevolg had,’ besloot het wedstrijdverslag, waarin al vastgesteld was dat het Ajax-bestuur minder waarde hechtte aan de 2-1 zege ‘dan we aan het feit, dat de elf rood-witte spelers na afloop behouden in de kleedkamer terugkeerden.’ Twee weken later- tussendoor werd Be Quick op eigen veld met 5-1 weggespeeld – was er in de thuiswedstrijd tegen Haarlem weer een moment waarop Bobby Haarms meer bleek te zijn voor zijn team dan slechts een harde werker. Ajax stond tot vijf minuten voor tijd met 0-1 achter, toen een geweldig schot van zijn voet in het strafschopgebied door een Haarlemse verdediger met de hand gekeerd werd. Met de door Krist benutte penalty ‘veroverden de Amsterdammers de helft van de winst’, zoals dat toen heette. De week erop was het bij DWS volle bak, wat indertijd het geval was bij iedere ontmoeting tussen de vier Amsterdamse eersteklassers. Ajax kwam al na vier minuten op voorsprong en bleef aanvankelijk met aantrekkelijk aanvalsspel in de meerderheid, maar na verloop van tijd werden de rollen omgedraaid. Toch was er voor de Spaarndammerkwartierders geen doorkomen aan. ‘De DWS-voorhoede, waarin alleen de kleine Vonhof wat spectaculair werk liet zien, werd volledig in toom gehouden door de gesloten Ajax-verdediging, die in Van Mourik, Krist en Bouwens, mitsgaders Haarms en Bakker wel zijn sterkste samenstelling schijnt te hebben gevonden,’ noteerde de toonaangevende sportjournalist Kick Geudeker in zijn verslag. De positie die Bobby Haarms inmiddels in het elftal van Ajax was gaan innemen, was in de pers niet onopgemerkt gebleven. Uit het wedstrijdverslag in Het Vrije Volk bleek dat de jonge rechtshalf niet alleen zijn nut had als stofzuiger in de defensie, maar ook wist bij te dragen aan de opbouw van de aanval, die in het beschreven geval zelfs uitmondde in een doelpunt: ‘Huis speelde de bal, die hij van Haarms ontving, snel langs Wiertz naar de voluit sprintende Leeser, die geen moment weifelde met een strak schot (0-2).’ Bobby Haarms bewees vaker zijn nut. Tegen Zwolsche Boys stond het al na twee minuten 2-0 voor Ajax door doelpunten van Michels en Huis, beide op aangeven van Leeser. ‘Na een half uur was het 3-0 toen Michels op de doellijn een uit een hoekschop geboren kopbal van rechtshalf Haarms met een beslissend hoofdknikje suppleerde.’ De combinatie Michels-Haarms, met de laatste in de rol van assistent, zou veel, veel later nog van zich doen spreken. In de tweede helft kwam Zwolsche Boys terug tot 3-2, maar daar bleef het bij. Met het ondanks de ‘vele onverkwikkelijkheden’ van Oosterparkers gewonnen duel bleek Ajax aan een formidabele serie begonnen te zijn, waarin het gedurende vijftien wedstrijden ongeslagen bleef. De bana werd op 25 april gebroken door Haarlem, dat – volgens het Ajax Nieuws ‘beslist verdiend’ – met 2-0 won en de koppositie van Ajax overnam. De competitie was daarmee in een buitengewoon spannende eindfase beland, want uit de middenmoot was in hoog tempo DWS komen oprukken. Op Koninginnedag wonnen de Amsterdammers de inhaalwedstrijd tegen Haarlem, waardoor zijn op gelijke hoogte kwamen met hun stadgenoten uit Oost, één punt achter koploper Haarlem. Een week na Haarlem – Ajax stond een derde ontmoeting tussen twee van de drie titelkandidaten op het programma. Ajax won de derby met 2-0, maar, vond ook het Ajax Nieuws, DWS was met ere ten onder gegaan: ‘Tot het bittere einde hebben de blauw-zwarten volgehouden, maar onze achterhoede, met Hans Boskamp als uitblinker, sloeg alle aanvallen af. De kleine Vonhof, enfant chéri der Spaarndammerbuurt, stelde zijn supporters wel heel diep teleur. Door zijn zelfzuchtige spel was hij vrijwel ongevaarlijk en Bobby Haarms had hem, zoals dat heet, ‘in zijn zak’. Hij liet de kleine DWS’er steeds komen, om dan op het juiste moment met succes in te grijpen. Neen, lilliputter Vonhof mag dan een heel aardige voetballer zijn – je zal maar drie van die knapen in de voorhoede hebben -, maar zoals hij tegen ons elftal speelde, was hij voor zijn club van heel weinig waarde. ‘Met Haarlem, dat in Leeuwarden niet verder kwam dan een gelijkspel, ging Ajax na de overwinning op DWS samen aan kop, zodat het de zondag erop met het prettige gevoel alles weer in eigen hand te hebben naar Zwolle kon afreizen. Op het bikkelharde veld daar was het uitsluitend aan één man te danken dat Ajax in de race bleef. Zo uitzonderlijk waren de door stofwolken omgeven reddingen van Eddy Pieters Graafland die middag, dat de spelers van Zwolsche Boys hem met de rust vol bewondering een hand gaven en het tienduizend man sterke publiek hem daverend toejuichte. Zijn collega aan gene zijde van het veld beleefde een minder fortuinlijke middag. Na een hard schot van Van der Wel bekwaam gestopt te hebben, gaf de Zwolse keeper vervolgens de bal met een zacht rollertje aan de Ajax-aanvaller terug. Die bespeelde Van Dijk waarna Bakker het enige doelpunt van de wedstrijd kon inkoppen. Een week later brachten Michels en de zijnen het tegen een frank en vrij spelend Elinkwijk slechts tot een gelijkspel (1-1) in een wedstrijd waarin volgens het Ajax Nieuws in de Amsterdamse verdediging Boskamp subliem speelde, Krist en Bouwens solide waren, maar Haarms en Van Mourik nogal nerveus leken. Haarlem haakte af, DWS won knap van Stormvogels en zag de achterstand op koploper Ajax tot één punt teruggebracht. De laatste speeldag moest dus de beslissing brengen, maar net als Elinkwijk een weer eerder, troggelde ook het al gedegradeerde RCH, uitgerekend de club waartegen Ajax eerder de ruimste zege van het seizoen geboekt had, Ajax een puntje af, en omdat DWS won en langszij kwam, moest een beslissingswedstrijd gespeeld worden. Die werd gespeeld op Hemelvaartsdag, vier dagen na de slotdag van de competitie, in een uitverkocht Olympisch Stadion. Bij de rust stond Ajax al met 3-0 achter. In de tweede helft scoorde weliswaar Huis, maar nog voor Ajax ook maar een begin van hoop kon gaan koesteren, sloeg uitblinker Vonhof die de bodem in, door zijn tweede en derde achter Eddy Pieters Graafland te prikken. De treffer van Michels die daar nog achteraan kwam, kon niet meer verhullen dat Ajax eenvoudig was weggespeeld, en vooral door één man. ‘David (Vonhof) haalde driemaal uit en sloeg Goliath (Ajax) met drie zeldzaam fraaie treffers onder de kampioenstafel,’ schreef de Ajax-chroniqueur. Dat kon Bobby Haarms zich aantrekken, maar waar het nou aan gelegen had? ‘Ik kreeg voortdurend free-kick tegen in de duels met Vonhof. Hij kwam ongeveer tot mijn middel, misschien was dit keer mijn lengte een nadeel. In de competitie heb ik die Jossie Vonhof twee keer in mijn zak, en nu, uitgerekend in de beslissingswedstrijd… Ik weet wel dat ik nogal zenuwachtig was.’ Het was een schrale troost dat heel Ajax daar last van had gehad en DWS al weken in bloedvorm verkeerde. Dat dit soort dingen nu eenmaal gebeuren in het voetbal, was geen gedachte waarmee Bobby Haarms zich tevreden wenste te stellen. Maar ondanks de afgang op Hemelvaartsdag, kon hij terugzien op een veelbewogen en bijna volledig geslaagd seizoen. <<< wordt vervolgd >>>
Tijdens de viering van 50-jarig jubileum van Ajax is Bobby Haarms één van de jeugdspelers van de tweede letter A
Bobby Haarms (staand, derde van links) in militaire dienst: 'Ik zat eerst acht maanden in een kazerne in Amsterdam-Zeeburg, daarna in Ermelo. Daar was ik jeepchauffeur en reed officieren en onderofficieren. Ook moesten we konvooien van grote tankwagens begeleiden. Ander wegverkeer stilleggen, de jeep laten lopen en dan scheur ik weer naar voren.'
Bobby Haarms (voorgrond) tijdens zijn diensttijd
Bobby Haarms op een tabaksbeurs in Parijs. 'Van jongste bediende ben ik opgeklommen tot keurder. Je kunt ook zeggen tabakstaxeerder. Van een monteur plukte je wat tabak. Die maakte je vochtig en je draaide een sigaar, die je met een kaarsvlam in brand stak. Je rookte en je rookte. En je maakte prijsafspraken. De Amsterdamse tabakswereld zat in de NES bij Frascati. Er is niets meer van over.'
Bobby Haarms op het station van Verona, Italie. 'Ik werkte in de tabaksindustrie als tabakskeurder. In die tijd - begin vijftiger jaren - kwam er veel tabak uit Italië. Met collega's ging ik dan naar veilingen en beurzen om tabak te keuren en te controleren. Vanweke ziekte van een collega werd ik uit Verona weggeroepen om in te vallen op een beurs in Bremen. Collega's zwaaien me hier uit.'
Ajax-elftal seizoen 1953/1954. Bobby zit gekurkt, tweede van links
Ajax - DWS, in een vol stadion De Meer
Ajax - NEC 1-1, 13 september 1953
Ajax - Blauw Wit 1-0, 15 december 1957
Ajax - Blauw Wit 1-0, 15 december 1957
Stormvogels - Ajax
Bobby Haarms op een terrasje
Ajax-elftal seizoen 1958/1959. Bobby staat uiterst rechts en kijkt naar de bal. |
|
|
|
|
| <<< Terug naar Speelschema 2009 | |